‘Overheid: maak ondernemen gemakkelijker’

Zelfstandig ondernemerschap lijkt een prachtige oplossing voor een betere balans tussen werk en privé. Maar dit is niet per definitie zo. De ervaringen met de werk-privébalans verschillen per type zelfstandig ondernemer. Dat ontdekte bestuurskundige Anne Annink, die vrijdag 17 maart promoveert met NWO-financiering uit het programma Onderzoekstalent. Volgens haar kan de overheid helpen de werk-privébalans te verbeteren, bijvoorbeeld door ondernemen gemakkelijker te maken.

Werken wanneer je wilt, tussendoor een wasje draaien, geen verantwoording meer afleggen aan een baas… Geen wonder dat je baan opzeggen en voor jezelf te beginnen voor 45% van de Europese werknemers vanwege die flexibiliteit en vrijheid aantrekkelijk lijkt. Van de totale Nederlandse beroepsbevolking is bijna 17 procent zelfstandig ondernemer.

Maar er is een keerzijde: meer autonomie en flexibiliteit wegen niet altijd op tegen de onzekerheid die ook bij zelfstandig ondernemen komt kijken. Bovendien hebben ondernemers over het algemeen een hogere werkdruk, meer financiële zorgen en minder steun van collega’s en de nationale overheid. Een betere werk-privébalans voor zelfstandig ondernemers is dus niet vanzelfsprekend. De ene zelfstandig ondernemer kan erg tevreden zijn, terwijl de andere bijna een burn-out heeft. Hoe kan dat?

Anne Annink vergeleek ondersteunend overheidsbeleid in alle Europese landen, analyseerde internationale surveydata en interviewde zelfstandige professionals, zoals tekstschrijvers, architecten, designers en consultants in Nederland, Zweden en Spanje.

Typen ondernemers

Op basis van haar onderzoek concludeert Annink dat zelfstandig ondernemers over het algemeen meer ‘happy’ zijn met hun werk-privébalans dan werknemers. Maar tegelijkertijd ervaren ze meer conflict in de verhouding tussen werk en gezin.

Ondernemers in een klantgerichte onderneming zijn minder tevreden. Last-minute opdrachten, onrealistische verwachtingen van de klant en het gevoel die klant te allen tijde tevreden te moeten stellen kunnen de werk-privébalans belemmeren. Daarnaast is het belangrijk om te kijken naar de motivatie om eigen baas te worden. Ondernemers die starten omdat ze kansen zien (en dus niet noodgedwongen zelfstandig ondernemer zijn) zijn tevredener zijn met hun werk-privébalans.
Verder verklaart de nationale context onderlinge verschillen in de ervaren werk-privé balans: overheidsbeleid, de economische situatie en culturele aspecten in een land. Zo heeft het aanbieden van zwangerschapsverlof en kinderopvang opvallend genoeg geen significant effect op de mate van conflict tussen werk en gezin.

Twee andere ingrepen van de overheid met een positief effect: hoe makkelijker het is om een bedrijf te runnen in een land, hoe hoger de tevredenheid met werk-privébalans. Ook het terug kunnen vallen op een werkloosheidsuitkering draagt bij aan het welzijn.

Om de werk-privé balans van zelfstandige ondernemers te verbeteren stelt Annink voor dat overheid ondernemen gemakkelijker maakt. Het beginnen van een bedrijf, aanvragen van vergunning, het krijgen van financiering, belastingen – het kan allemaal eenvoudiger.

Annink raadt de overheid ook aan om verlof en kinderopvang flexibeler aan te bieden, zodat deze het ook voor ondernemers makkelijker maken om werk te combineren met een gezin. Een verplicht lang zwangerschapsverlof kan een pervers effect hebben. Als een ondernemer lang zijn bedrijf moet sluiten, raakt hij al zijn klanten kwijt. Daarnaast is er meer begrip en vertrouwen vanuit overheden nodig. ‘Het verstrekken van leningen en het aanbieden van onderwijs zijn twee manieren om zelfstandig ondernemers te ondersteunen in tijden van financiële onzekerheid.’

Ten slotte is er volgens Annink een rol voor zelfstandig ondernemers zelf: nadenken over de vraag of je wel écht eigen baas wilt zijn, de eigen werkomstandigheden in lijn brengen met het privéleven en het accepteren van praktische en emotionele steun.